Mijn momentjes

Momenten uit mijn leven die ik wil delen

Zwemwedstrijd

maart9

Onze oudste zoon is vaak ziek. Weinig weerstand vinden wij en de kinderarts is het met ons eens. Sport is een goed idee, vind hij, maar voor teamsport is hij erg jong. Doe hem maar op zwemles, is zijn advies. Met zijn vier jaar is hij wel erg jong, maar wordt hij toch geaccepteerd. Een erg klein vlieggewichtje, is het oordeel van de zwemleraar. Dat klopt, hij is erg klein voor zijn leeftijd en ondanks het feit dat hij eet als een groot mens, is zijn gewicht ook beneden de maat. De boterhammen vallen gewoon in zijn broek, grappen wij vaker met een toch wel iets bezorgde ondertoon. Na een poos wordt ons gevraagd of het onze bedoeling is dat hij snel zijn zwemdiploma haalt. Dat is niet het geval. Drie maal per week gaat ons kereltje met plezier naar zwemles. Het feit dat hij erg lang in hetzelfde groepje zit, doet hem niets, als hij maar mag zwemmen. Het duurt twee jaar voor hij zijn eerste diploma haalt! Het volgende moet hij maar met schoolzwemmen halen, is ons besluit.

 

Ons manneke is echter intens verdrietig. Het zwemmen was zo leuk. Dan maar bij de zwemclub, besluiten wij. Aarzelend wordt hij geaccepteerd. Het is wel een erg “onderdeurtje” vindt men. Enthousiast gaat onze kleine man twee maal per week naar de training. Hij vindt het geweldig en al spoedig moet hij zijn eerste wedstrijd zwemmen. Omdat hij volgens de trainster nog geen deuk in een zacht pakje boter kan zwemmen, zijn we toch wel wat bezorgd. Vrolijk stapt hij in de auto en babbelt honderd uit. Er gaan wat teamgenootjes mee en op de achterbank worden grapjes gemaakt en hebben ze dolle pret.

 

In het zwembad aangekomen gaat hij mee met zijn clubgenoten en ik meng me in het publiek. De kleintjes zijn al snel aan de beurt. Ik tril helemaal als hij aan de start verschijnt. Mijn buurvrouw tikt me aan. ‘Kijk nou toch, wat een ukkie’, zegt ze vertederd. Ik kan alleen maar knikken want mijn keel zit helemaal dicht. Gelukkig geen valse start. Ze moeten 25 meter schoolslag en al snel zwemt hij ver achter de anderen. Als iedereen al gefinisht is, moet hij nog hij nog meer dan een halve baan. Dapper ploetert hij verder en even lijkt het erop dat hij uit het water moet worden gehaald. Dan beginnen zijn ploeggenoten hem aan te moedigen. Al snel roepen de tegenstanders mee en ook het publiek scandeert mee. Als hij eindelijk op de kant klautert gaat er een zucht van verlichting op en weerklinkt een luid applaus. Hij doet high five met zijn teamgenoten en zelfs met de tegenstanders en straalt helemaal. Als we naar de auto lopen zegt hij trots; ‘Ik was goed hé mam, ze klapten allemaal.’ Ik geef hem een dikke knuffel, want hij voelt zich daar nog niet te groot voor, en zeg; ‘Volgens mij was jij de allerbeste’.

Email will not be published

Website example

Your Comment: