Mijn momentjes

Momenten uit mijn leven die ik wil delen
Browsing yesssssssss ik mag weer gaan werken!!!!

Gezellig! Wat gaan we volgende week samen doen?

november27

Weer eens haastig naar een afspraak want zoals zo vaak ben ik te laat. Natuurlijk zit het verkeer tegen en moet ik mijn auto zowat in Tokio parkeren. Dus rennend naar de Parkinson Dagbehandeling waar ik moet zijn voor een Multi Disciplinair Overleg. Hijgend en puffend kom ik binnen en wordt met een verbaasd: ‘Ben je er al?’ verwelkomt. Sorry dat ik zo laat ben en iedereen kijkt me verbaasd aan. Ik ben niet te laat maar een uur te vroeg!!!!! Tja, dan ga ik maar eens naar mijn eigen patiënten kijken die zo meteen aan de Parkinson gym beginnen. Gezellig even met iedereen gekletst voor ze beginnen maar dan moet iedereen aan het werk. Blijven kijken is zo stom dus spontaan besluit ik ook mee te doen. Viel nog tegen met dat strakke rokje aan maar iedereen vindt het wel leuk. Als ik moet vertrekken zegt een van mijn patiënten: ‘Thea, vorige week hebben we samen de Salsa gedanst, vandaag samen gegymd, wat gaan we volgende week doen?’

Kussen na je 30e

mei9

Ze is mijn collega, 21 jaar en ze gaat binnenkort trouwen. Iedere dienst die we samen draaien heeft maar één onderwerp: Het aanstaande huwelijk. Ik ben 35 jaar en ondanks het leeftijdsverschil klikt het. Leuk dat ze ook steeds wil weten wat ik deed en wat ik voelde. Op een avond zegt ze me: ‘Niet boos op me worden maar ik vind het zo goor als mensen van boven de 30 jaar kussen, om over de rest maar niet te spreken.’ Even ben ik verbijsterd maar dan schiet ik hartelijk in de lach. ‘We spreken elkaar vast nog daarover Maureen.’ We zijn allemaal uitgenodigd op de bruiloft en het is een knalfeest waar ik me prima amuseer.

Jaren later ben ik Unithoofd op de Kraamafdeling. Het is druk en er zijn zieken. Ik ben nooit te beroerd om de handen uit de mouwen te steken en help dus mee op de afdeling. Bij de overdracht door de nachtdienst laat een naam een belletje rinkelen in mijn achterhoofd. Zou het? Nee vast niet. Die kamer is echter voor mij besluit ik. Inderdaad als ik de kamer oploop ligt daar de bewuste collega Maureen. Nee ze is niet onder de 30 jaar maar 31 jaar en bevallen van haar 2e dochter. Ik verzorg haar maar zeg niets over haar uitspraak voor ze trouwde. Ze begint er echter zelf over. ‘ Wat was ik onnozel, Thea’ zegt ze. Nu kan ik het niet laten om toch te zeggen: ‘Ik heb je gezegd dat we elkaar nog zouden spreken daarover Maureen.’ Nu moeten we er allebei hartelijk om lachen.

Werken na de bevalling

maart14

Na de geboorte van onze oudste zoon is het niet mogelijk om een deeltijd contract te krijgen dus werk ik als oproepkracht. Op zich niet verkeerd want als het echt niet uitkomt kan ik nee zeggen. Nu gun ik mezelf echter zeker 6 weken rust want ik ben net bevallen van een gezonde zoon. Carel is met Roel en de Diny de kraamverzorgster het ontbijt aan het maken. Diny gaat dan naar huis om even te slapen en ook ik mag een dutje doen hoewel ik betwijfel of ik kan slapen want de film van de afgelopen nacht maalt nog steeds door mijn hoofd. De telefoon gaat en ik kijk op de wekker. Half zeven, wie belt er nu zo vroeg? Niemand weet nog dat ik bevallen ben want Carel gaat pas na achten iedereen bellen. Dat hebben we bewust zo afgesproken want we willen toch even rust na een slapeloze nacht. Ik hoor Carel hartelijk lachen. ‘Voor jou’ roept hij naar boven en hij schiet weer in de lach. Ik neem de telefoon naast mijn bed op. Het is Wim, een van de hoofden van de verplegingsdienst.

‘Kun je zo snel mogelijk komen werken’ vraagt hij. Ik ben even beduusd. ‘Dat gaat vandaag niet lukken Wim’ en voor ik verder kan praten valt hij in me in de reden. ‘We zitten echt vast, kan Carel niks regelen?’ ‘Ik ben nog geen 3 uur geleden bevallen van een zoon Wim’ zeg ik. Tot mijn verbazing feliciteert hij me niet maar roept hij uit: ‘Dat kan niet want het staat niet in mijn agenda.’ Ik begin hartelijk te lachen. ‘Ik ga even verder bellen’ kondigt hij aan. ‘Ja hoor en jij ook van harte gefeliciteerd’ zeg ik nu een beetje nijdig maar hij heeft al opgehangen. Nog geen twee minuten later belt hij terug om zijn excuses aan te bieden en me te feliciteren. Later die dag komt er een mooie bos bloemen met een kaartje. ‘Geniet van je rust en als je er weer aan toe bent, ben je meer dan van harte welkom’ staat er op. Toch lief.

Bizar sollicitatiegesprek

maart13

Ik heb het heel goed voorbereid. Gewapend met mijn map met papieren meld ik me netjes bij de receptie in de centrale hal van het ziekenhuis. Ik word verzocht om even plaats te nemen en terwijl ik zit, holt er een vrouw langs met een kindje van ongeveer 2 jaar in de armen gillend: ‘Ze ademt niet meer’. Ik gooi mijn spullen op de grond en ren de vrouw achterna. Ik neem het meisje over en zie dat ze wel blauwe lippen heeft maar zwakjes ademt. Ze stuipt flink. Samen met de vrouw ren ik naar de liftenhal waar een andere collega de lift al heeft gehaald en we gaan direct naar de kinderafdeling. De vrouw rent in paniek de afdeling op en gilt: ‘Help ons, ze gaat dood’. Ik ren meteen door naar de onderzoekkamer en zie verderop in de gang de kinderarts lopen. Ik roep hem en hij komt direct.

Ik leg het meisje op haar buik op de onderzoektafel, zodat het slijm in haar mondje niet in haar longen loopt en geef haar zuurstof met een kapje. Terwijl de kinderarts haar onderzoekt, duik ik de koelkast in om Stezolid rectaal te pakken en dien die toe. Al snel stuipt ze minder, haar kleur en ademhaling worden beter. Een van de toegesnelde collega’s van de kinderafdeling vraagt me of ik zelf wil blijven of moet zij het overnemen. Pas dan realiseer ik me dat ik een sollicitatiegesprek heb. Met een ‘Neem jij het maar over’ spurt ik weg. Geen tijd voor de lift, ik dender de trap af en beneden hol ik met een noodgang weer terug naar de hal. Daar wacht een zeer verontruste project manager die ondertussen allerlei wilde verhalen heeft gehoord over mij en een reanimatie. Zij dacht dat ik degene was die gereanimeerd werd.

Ik vertel haar wat er is gebeurd, geen reanimatie maar wel een noodgeval. Opgelucht geeft ze me spontaan een knuffel. De receptioniste komt me vertellen dat mijn papieren die ik gewoon op de grond heb gegooid zijn opgeraapt en ik ze zeker terug krijg. Het interesseert me op dat moment niet echt want alles staat ook in mijn PC. Ook van de receptioniste krijg ik een knuffel. Er komen mensen die het hebben gezien en zeggen dat ik een kanjer ben. Ik ben er beduusd van. Ik heb niet eens nagedacht en gewoon gereageerd. De sector manager vraagt of ik nog in staat ben tot een gesprek. Tot over mijn oren geladen met adrenaline zeg ik ja. Die lading adrenaline neemt snel af en eenmaal op haar kamer ben ik kortademig en trillerig. Ik krijg een glaasje water om bij te komen en moet ik het verhaal nog eens vertellen. Hoe het gesprek verlopen is? Ik heb geen idee: Ik kan me er amper iets van herinneren. De hele voorbereiding was weg en ik denk dat ik een hoop onzin heb uitgekraamd. De baan heb ik niet gekregen en achteraf denk ik dat het zo moest zijn. Die baan had me niet gelukkig gemaakt.

Na het gesprek ga ik eerst naar de kinderafdeling om te vragen hoe het met het meisje is. Het gaat gelukkig beter met haar. De vrouw die bij haar was, was niet de moeder maar een vriendin van haar. De moeder is gebeld op haar werk en onderweg. Dan ga ik naar de centrale hal op zoek naar mijn papieren. Die heeft iemand keurig bij de receptie ingeleverd. Overal wordt ik aangesproken. Blijkbaar hebben veel mensen het voorval gezien of ervan gehoord. Terug op de poli hebben degenen die daar nog aanwezig zijn ook al het nodige gehoord. Een ziekenhuis is net een klein dorp. Ik moet nog één verslag schrijven maar besluit dit te laten liggen. Als ik mijn computer af wil sluiten zie ik verschillende mailtjes van diverse mensen uit het ziekenhuis. Er staan reacties met dezelfde strekking: Super gedaan, Strakke actie in de hal, Complimenten. En natuurlijk dit berichtje. Een krantenknipsel in onze eigen ziekenhuiskrant.

kanjer

teambuilding

maart12

Over enkele jaren, mogelijk een jaar of 5, worden onze teams samengevoegd. Hoewel het in elk team apart ook niet echt vlekkeloos verloopt, wordt van hogerhand uit besloten dat de drie teams gezamenlijk teambuilding krijgen. Wetende dat het niets uithaalt als je aangeeft dat het mogelijk zinvoller is om dit eerst eens voor ieder team apart te doen, besluiten we om het dus maar positief te benaderen. Omdat de zaak natuurlijk moet blijven draaien, worden drie dagen gepland, waarop iedere dag een gedeelte van je afdeling moet deelnemen. De voorbereidingen zijn wel leuk en er wordt druk gebeld, heen en weer gelopen en gemaild met degenen die op de andere afdelingen in je groepje zitten. Eindelijk is het begin Maart en gaan we van start. Na een zachte winter is het stervenskoud. Als de eerste groep is geweest is iedereen nieuwsgierig en probeert hen uit te vragen. Ze hebben echter een spreekverbod en het enige dat ze kwijt willen is; ‘Bid maar voor beter weer. Je gaat zowat dood van de kou.’ Als wij aan de beurt zijn, is het nog kouder dan de vorige dagen. De locatie van de teambuilding blijkt een manage te zijn. We beginnen om 8.30 uur in de kantine, waar het erg frisjes is als we arriveren. Gelukkig is de groep groot, rond de 45 personen en wordt het door onze lichaamswarmte, koffie en thee al iets minder onbehaaglijk.

We zijn met 4 groepen, ieder ongeveer 10 personen, die als groep bij elkaar zitten. We worden verwelkomt door Henk. Hij zal deze dag leiden, ondersteunt door onze unithoofden. Na wat uitleg moeten we naar de ‘bak’ waar normaal paarden lopen. De temperatuur is aanzienlijk lager. Daar doen we in onze ogen rare opdrachten zoals: Ga in een rechte lijn staan en zoek met gesloten ogen je plaats. Je mag niet praten. De lijn moet oplopen van groot naar klein. Voor mij een makkie. Ik grijp snel de hand van een collega die net nog 1 cm kleiner is dan ik en sleep haar mee naar het begin van de rij. Ik krijg nog een berisping voor het helpen van mijn collega. Tijdens de nabespreken wagen enkele kritische geesten te vragen hoe we de opdrachten in de ‘bak’ moeten zien als samenwerking en communicatie. ‘Dat zul je later nog wel ervaren,’ antwoordt Henk. Natuurlijk zijn er mensen die het wagen om door te vragen. Zij worden afgebekt. Onze unithoofden bieden ons bepaald géén ondersteuning. Na een korte pauze in de redelijk warme kantine worden we naar buiten gedreven.

Op een in vieren verdeeld stuk grond moeten we per groep een bouwsel maken dat sterk genoeg is om de groep te dragen. We moeten palen en touwen in de ‘bak’ halen en mogen beginnen. Als je klaar bent, moet je hele groep op het bouwsel gaan staan. Één groep begint aan een wigwam. Dit idee vindt al snel navolging. Onze groep is gelukkig redelijk snel klaar en als we op de ‘eerste verdieping’ staan/ hangen blijkt ons bouwsel het nog te houden ook. Helaas moeten we wachten tot alle groepen klaar zijn en raken in de felle kou door de bewegingloosheid verkleumt tot op het bot. Ik heb het idee dat mijn handen en voeten eraf vriezen. Het duurt nog een hele poos tot de laatste groep eindelijk ook klaar is, want we mogen hen niet helpen. Gelukkig mogen we na het uitvoeren van de opdracht weer naar de redelijk warme kantine en na een korte pauze krijgt iedere groep de opdracht om ideeën op te schrijven die we als drie afdelingen gezamenlijk zouden willen verwezenlijken.

Nou, dat wil wel lukken en de prachtigste ideeën worden op papier gezet. Tijdens de nabespreking mag ieder team één idee uitkiezen om uit te werken als we weer terug zijn op de werkvloer. Dan worden we weer de vrieskou ingedreven en moeten we van onze bouwsels iets maken dat alle vier de groepen met elkaar verbindt. Misschien leuk op een lekkere voorjaarsdag, maar in de koude aanwakkerende wind zonder enige beschutting zeker geen pretje. Totaal verkleumd vragen we Henk of er geen alternatief is. Een onverschillig schouderophalen is zijn antwoord. Berustend gaan we aan het werk en weer zijn we binnen redelijke tijd klaar. Helaas moeten we weer werkeloos wachten tot iedereen klaar is. Één lid van ons groepje is een tenger, wat ziekelijk meisje dat werkelijk grauw ziet van ellende. We besluiten als groep, dat op zijn minst zíj naar binnen moet en stellen het aan Henk voor. Hij noemt ons saboteurs en hevig verontwaardigd vragen we steun aan onze unithoofden. Ook zij geven geen toestemming! Uiteindelijk is iedereen klaar en moeten we over de gammele verbindingen naar elkaar toe zónder de grond te raken.

Halverwege stort de zaak in en moeten we van Henk de zaak opnieuw in elkaar flansen zodat iedereen hevig protesteert. Deze keer wint hij het echter niet met zijn autoritaire houding. Onze unithoofden steunen ons, want ze hebben wel in de gaten dat we het helemaal hebben gehad en onder toezicht van een nors kijkende Henk mogen we opruimen. Na een gezamenlijke maaltijd komt er eindelijk een einde aan deze veel te lange dag. Totaal afgemat mogen we om 19.00 uur eindelijk naar huis. Niemand, ook niet bij onze voorgangers, heeft ook maar één goed woord over voor deze manier van teambuilding. Toch slaan we enthousiast aan het werk aan onze opdracht voor de terugkommiddag. We mogen daar onze uitgewerkte opdrachten presenteren op elke manier die je maar wil. Iedereen wordt geprezen om de prima ideeën die ook nog uitvoerbaar zijn. Onze unithoofden beloven om er op korte termijn mee aan de slag te gaan. Helaas liggen onze goede ideeën nu na twee jaar nog ergens op een plank stof te verzamelen. Iedereen houdt wijselijk zijn mond, bang als we zijn voor nóg zo’n teambuilding ervaring. Één gezamenlijke teamgedachte hebben we ondanks al onze verschillen wel. We wensen Henk allerlei vreselijke ziektes toe en vinden hem een autoritaire hufter.

Avonddienst

maart10

Het is een zwoele zomeravond en op onze afdeling (gemengde kinderafdeling voor kinderen van 0 tot 15 jaar) is werkelijk niets te doen. Omdat geen van ons drieën voldoende vakantie-uren heeft om vrij te nemen moeten we onze tijd uitzitten. We bedenken van alles om de tijd door te komen. Uiteindelijk besluiten we de nachtdienst in het ootje te nemen. Op het planbord waarop alle namen van de opgenomen kinderen staan kijk je altijd als eerste als je binnenkomt. We zetten het vol met bekende namen zoals Coco Chanel, Nina Ricci, Yves Rocher, Boudewijn de Groot, Rob de Nijs enzovoort. Het is een kwartiertje werk en als het klaar is denken we: ‘Als ze die namen zien, trappen ze er nooit in.’ De avond is nog lang en nu we toch bezig zijn, maken we ook maar nepdossiers. We verzinnen de meest rare opname indicaties, zoals een drieling geboren na een zwangerschapsduur van 46 weken en een kind van 8 jaar met gezwollen amandelen na een auto ongeluk. Het ene verhaal is nog gekker dan het andere en we krijgen hoe langer hoe meer lol. Om het helemaal compleet te maken, leggen we een aantal poppen uit de speelkamer in de couveuses neer als drieling, want de couveuse kamer is het eerste die je ziet als je de afdeling opkomt. De nachtdienst zal meteen door hebben dat het niet klopt. We hebben nu zo hard gewerkt, dat we maar net klaar zijn als ze arriveren.

 

Met z’n tweeën lopen ze meteen naar het planbord en schrikken. Verleden nacht lagen er nog maar 2 kinderen en nu maar liefst 20. Volgens mij wil iedereen zijn kind tegenwoordig naar een bekend figuur noemen, moppert een van beiden. Ze nemen het voor zoete koek aan! Met moeite om niet in lachen uit te barsten vertellen wij hen hoe druk we het wel hebben gehad. Dit is niet helemaal gelogen, alleen druk met andere dingen dan zij denken. Ze beginnen met het doorlezen van de dossiers. De ene begint bedenkelijk te kijken en voelt nattigheid. Als de ander klaagt dat de opname indicaties hoe langer hoe gekker worden, krijgen we echt de slappe lach. Gelukkig zien ze er ook de humor wel van in en met de belofte dat we de volgende avond alles zelf opruimen nemen we afscheid. De nachtdienst heeft 2 opnames die ze op hun sloffen afkunnen en besluit de dagdienst met ons ‘werk’ van die avond ook in het ootje te nemen. Ook nu zijn er weer mensen die erin trappen en de meesten vinden het wel komisch.  Als wij met hetzelfde clubje die middag terug komen, wordt ons gezegd dat het zóó vreselijk druk is en dat ze hard hebben gerend, de hele dag. ‘Ja, ja,’ reageren wij, ‘die grap hebben we zelf bedacht.’ Deze keer is het echt zo. Ze hebben die dag maar liefst 11 opnames gehad. Die avond krijgen wij er ook nog 3 bij wat het totaal op 18 kinderen brengt. We werken ons uit de naad en moeten ook nog de rommel van de avond ervoor opruimen. Het duurt even voor de nachtdienst gelooft dat er echt 18 kinderen liggen. We hebben dolle pret gehad, maar ik geloof niet dat we deze stunt nog eens uithalen.

Nachtdienst

maart10

Ik heb geregeld nachtdienst met Nell. Soms heb ik een zware nacht door mijn slaapproblemen maar ik kan er altijd op rekenen, dat zij me er doorheen sleept. We zijn vaak flink melig en Nell is dan goed in het bedenken van gekke woordspelletjes. Alles is dan bijvoorbeeld keigoed, keiruig, keifijn en de meest rare dingen kei. Keimelig dus.

We knappen altijd zienderogen op als de dagdienst binnenkomt, die ons met onze meligheid na een poos keigraag ziet vertrekken. Dit doen we pas als het lab komt om de baby’s bloed te prikken. Zij hebben altijd een doos met cadeautjes bij zich om kindertjes na het bloedprikken te belonen. Niet van toepassing op onze baby’s dus, maar Nell en ik vinden het keileuk en duiken keienthousiast de doos in om onze eigen kindertjes thuis te verrassen. We kiezen vooral keilawaaierige speeltjes uit.

In het weekend ligt mijn keilieve echtvriend altijd nog op één oor bij mijn thuiskomst maar de jongens komen altijd keiblij de trap afhobbelen. Ze vinden het altijd keispannend of ik wat bij me heb. Ja hoor, vandaag wel. Keillollige ballonnen met een pijpje eraan waarmee je ze kunt opblazen. Bij het leeglopen maken ze vervolgens een keipokkenherrie. ‘Ga papa maar wakker maken,’ zeg ik keiliefjes en kei-enthousiast vertrekt het stel naar boven.

Als ik na een poosje naar boven ga om te gaan slapen, ligt hij in bed, zijn kussen met twee handen keistevig vasthoudend over zijn hoofd. De jongens zijn nog keidruk bezig met hun ballonnen en het klinkt keihard. ‘Ik haat het als jij in de nachtdienst zit,’ bromt hij keislaperig. Ik weet het, soms ben ik keivervelend. Keimoe duik ik mijn bed in en binnen twee minuten slaap ik keivast.