Mijn momentjes

Momenten uit mijn leven die ik wil delen
Browsing Mijn vader en ik

‘Viskoningin’

maart20

Pap is een fervent visser. In het seizoen staat hij iedere morgen om 4 op om zijn hengel langs het kanaat uit te werpen. Slechte slaper als ik ben kom ik geregeld mijn bed uit en bedel ‘Pap, mag ik mee’. Dat mag niet, want ik moet naar school en moet dan uitgerust zijn. Ik vind het maar raar. Ik kan immers toch niet slapen.‘In de vakantie’ belooft hij. De vakantie breekt aan en voorzichtig kijkt hij om 4 uur of ik nog slaap. Nee hoor, natuurlijk ben ik wakker!! ‘Kom maar’ zegt hij zachtjes. Hij heeft er schijnbaar rekening mee gehouden want mijn boterhammetjes zijn al gesmeerd en een flesje melk heeft hij ook ingepakt. Ik zit op de stang van de fiets, de armen van pa beschermend om me heen. Een heel gedoe met hengels en schepnet maar mijn vader kan echt alles!! ‘Je moet wel stil zijn’ waarschuwt hij als we langs de kant van het kanaal zitten. Ja hoor, dat ben ik wel. Ik krijg mijn eigen hengel. Stilletjes genieten we van de opkomende zon. Het is de eerste keer dat ik dat zie, wat mooi!! Ik heb beet maar wat nu? ‘Pap, pap hèllup mich, hè trèktj dur mich in’ (pap, pap help me, hij trekt me erin). Met hulp van pap haal ik flinke ruts (voorn?) op. Pap glundert net zo hard als ik. Trots vertelt hij het hele gezin hoe goed ik vis. Vooral het, ‘Pap, pap hèllup mich, hè trèktj dur mich in’ moet ik zelfs nu na meer dan 40 jaar nog op familiefeestjes horen.

Pap en ik vissen iedere morgen vóór hij aan het werk moet. Overal vertelt hij hoe begaafd ik als visser ben. Aan het formaat van de vissen die ik vang komt ook wel enig visserslatijn te pas. Hij gloeit van trots als hij vertelt. Het einde van de vakantie breekt aan. Op de laatste zaterdag is er ‘koningsvissen’ en ik mag meedoen. Als we aankomen lacht het merendeel van de deelnemers uit. Één meisje en dan ook nog zo’n ukkie!! De wedstrijd begint. Zij aan zij zitten we met zijn allen langs het kanaal. Pap kijkt een beetje zorgelijk. Het is erg warm, normaal vissen we vroeg in de morgen. Zullen ze wel bijten? De jury is opvallend veel bij ons in de buurt. Ze letten op of ik het wel zelf doe, pap mag niet helpen. Al snel heb ik de eerste keer beet. De jury snelt toe om het visje te wegen. Onder de maat is het oordeel maar ik krijg wel 15 punten. Het visje wordt teruggegooid. De volgende vangsten zijn wat flinker. Je krijgt de punten aan de hand van het aantal grammen. Aan het einde van de wedstrijd volgt de uitslag in een café in de buurt van het kanaal. De spanning is te snijden als de voorzitter van de jury het woord neemt om de winnaar bekend te maken. Yeeeeeaaaaahhhh, ik heb gewonnen! Als een echte griet steek ik mijn tong uit naar de jongens. Lekker puh! Ik mag kiezen uit een hele berg jongensspeelgoed en neem een mooie leren voetbal.

Op maandag staat er na het ‘koningsvissen’ ook nog een berichtje in de krant; Kleine pittige 9 jarige enz. Het berichtje wordt thuis, bij familie en buren uitgeknipt. Ik mag het mee naar school nemen. Ik zit op een meisjes school. Veel meisjes weten het al en vormen bewonderend een kring. Als toppunt van de dag mag ik het ook nog voorlezen in de klas. Pap loopt naast zijn schoenen van trots. Over school wordt niet meer gesproken. Als ik wakker ben, mag ik mee gaan vissen. Slechte slaper als ik ben is dat bijna iedere morgen.

Ooorkonde 1967

Wat een mooi café …….

maart7

Na het overlijden van mam heeft pa, flink dementerend, nog een tijd bij mijn broer in huis gewoond maar door de neiging tot dwalen van pa, vooral ’s nachts, was een opname in een verpleeghuis onvermijdelijk. Ik heb een dag vrij en ga hem ophalen om een dag bij mij thuis door te brengen. Als ik binnenkom begint hij al te lachen en te stralen, niet omdat hij mij herkent maar omdat hij altijd geniet van ieder sprankje aandacht. Hij heeft geen flauwe notie wie ik ben. Onderweg roept hij bij ieder stoplicht; ‘Vooruit, nou rij toch eens door.’ Thuisgekomen drinken we gezellig eerst een kop koffie en de poezen liggen direct bij hem. Altijd al een grote dierenvriend geweest geniet hij zichtbaar.

Dan halen we de kinderen uit school en gaan gezamenlijk naar de supermarkt. Ik heb niet zoveel nodig maar pa laadt de kar helemaal vol. ‘Mag opa dat?’ vragen de kinderen verbaasd omdat ik hem zijn gang laat gaan. ‘Ja hoor’ zeg ik tegen hen ‘als je zo oud bent als opa mag je dat.’ Bij de kassa zijn ze bekend met de situatie en alles wat ik niet nodig heb wordt discreet aan de kant gezet. Tevreden na het shoppen gaat pa mee naar huis. Terwijl ik kook hebben de kinderen en de poezen zijn volle aandacht. Ik hoor hem geregeld lachen. Tijdens het avondeten verbazen wij ons weer eens over de grote hoeveelheid eten die hij kan verstouwen. Zo’n iel mager mannetje. Hij eet zelfs als dessert het grootste deel van een flinke bak ijs. Dat heeft hij nooit gelust!!! Ook de bad- en bedtijd van de kinderen verloopt gezellig. ‘Geef papa maar een kusje’ zegt hij en braaf geven de jongens mijn man nog een kus. ’Opa bedoelt zichzelf’ leg ik uit. Opa krijgt giechelend nog een dikke pakkerd van de jongens. ‘Welterusten, slaap lekker en droom maar fijn’ zegt hij tevreden. Ik ben vertederd, dat zei hij vroeger altijd tegen mij en nu zeg ik het ook iedere avond tegen de jongens.

Beneden gekomen is het tijd voor een pilsje. Zichtbaar genietend zegt hij tegen mijn man; ‘Mooi café heb je hier.’ Wij zijn het helemaal met hem eens. Even later kondigt hij aan honger te hebben want hij heeft vandaag nog niets gegeten. Discussie hierover is zinloos dus we zetten knabbels op tafel. Hij tast weer flink toe. Al het eten en het pilsje hebben hem doezelig gemaakt en ik vraag hem of hij mee naar ‘huis’ gaat. ‘Nee hoor’ zegt hij ‘ik ga pas naar huis als de zaak sluit.’ Ik weet uit ervaring dat ik op verzet stuit als ik nu aandring en probeer het na een kwartiertje nog eens. Pa denkt echter zeker te weten dat hij in een kroeg zit die nog niet gesloten is. Hoe pakken we dit nu aan want ik weet dat hij tegenwoordig behoorlijk agressief kan worden als je hem dwarszit. Het was zo’n leuke dag en ik wil dat het ook leuk blijft. Mijn man weet de oplossing. Hij pakt een oude tafelbel, rinkelt ermee en roept; ‘De laatste ronde!’ Pa krijgt nog een scheutje bier en drinkt het genietend op. ‘Kom pa’ zeg ik ‘ze gaan het licht al uitmaken.’ Probleemloos gaat hij met me mee. Op zijn afdeling aangekomen gaat hij zonder nog naar me om te kijken met de verpleegkundige mee om naar bed te gaan. Een beetje verdrietig bedenk ik dat hij waarschijnlijk de hele dag alweer vergeten is. Toch wil ik van dit soort dagen blijven genieten zolang ik hem nog heb.