Mijn momentjes

Momenten uit mijn leven die ik wil delen
Browsing Reisavonturen

Neus

maart12

Nell, collega maar vooral vriendin, en ik zijn een lang weekend in Londen. Lekker zonder man en kinderen doen waar we zin in hebben. Wij gaan even een hapje eten. Druk pratend lopen we de deur van een Italiaans restaurant door. Nell loopt achter me en ietsjes achteromkijkend en al kletsend loop ik net voor haar. Ik zie niet dat er nog een glazen deur is en knal er met mijn neus hard tegen aan.

Mijn bril schuurt het vel van mijn neus en ik bloed zo erg dat het een waar bloedbad is. Natuurlijk heb ik niets bij de hand om het bloed te stelpen en krimpend van de pijn houd ik mijn handen voor mijn heftig bloedende neus. Er ontstaat wat commotie door het bloedbad. In je gezicht bloed je toch al snel erg. Een ober komt toegesneld met een schone witte theedoek en door het wit lijkt het nog dramatischer. Nell en ik gaan eerst samen naar de toiletten waar ik mijn gezicht gewas met flinke plenzen water tot de pijn wat wegtrekt en het bloeden ophoudt. Mijn bril zet ik niet meer op, want die zit precies op het wondje en dat doet pijn. We gaan terug naar het restaurant en als we zitten komt de gedienstige ober met de menukaart en een doosje.

Hij maakt heftige gebaren, slaat zijn handen en ogen ten hemel en spreekt me heftig en dramatisch toe. Ik voel een lachkriebel opborrelen en probeer ernstig mijn gezicht in de plooi te houden. Ik versta er geen moer van maar ik begrijp dat hij me wil helpen. Dat is toch lief en zo’n aardige man lach je niet uit. Dan maakt hij het doosje open en voor ik weet wat er gebeurt plakt hij een enorme zwarte pleister op mijn toch al niet echt kleine neus. Ik zit beduusd te kijken en Nell schiet onbedaarlijk in de lach. Als zij een spiegeltje uit haar tas haalt kom ik ook niet meer bij. Het is echt geen gezicht. Als ik scheel kijk zie ik dat zwarte monster zitten maar het bezorgt Nell een echte lachstuip.

Ik wil de pleister weghalen maar de ober komt met een noodgang toegesneld, pakt mijn handen vast en spreekt me ernstig toe. Als toetje krijg ik nog een preek met heftige gebaren, de ogen en handen worden weer ten hemel geslagen en het laatste deel van de preek klinkt zo serieus dat ik het hart niet heb om met mijn handen ook maar in de buurt van mijn neus te komen. Ik begrijp dat de pleister er niet af mag. Overtreed ik dat gebod dan komen de goden uit de hemel om me met bliksems neer te slaan.

Mensen die langs ons tafeltje lopen staren me nieuwsgierig aan. Ik kan het niet nalaten om scheel te kijken om die grote pleister goed te zien. Dat werkt weer op de lachspieren van Nell en zij steekt mij weer aan. Ondanks de drukte word ik nauwlettend in de gaten gehouden en als hij denkt dat ik met mijn handen ook maar in de buurt van mijn neus kom, staat hij weer naast me dramatisch gebarend en sprekend. Het hele tafereel werkt op onze bloeiende fantasie en we verzinnen tijdens het eten een hele Italiaanse opera bij elkaar.

We vragen om de rekening maar krijgen eerst een drankje van de zaak. Als we opstaan kijk ik nog of dat wel mag. Ik verwacht min of meer dat het niet mag maar schijnbaar is het geen probleem. Mogelijk is hij opgelucht dat hij nu niet meer op hoeft te letten. Eenmaal buiten hebben we eerst samen die monsterlijke pleister met moeite van mijn neus gepeuterd. Het leek wel of hij het onding met Bisonkit had vastgeplakt om er zeker van te zijn dat ik het niet zomaar zou verwijderen. Het heeft lang geduurd voor Nell naar m’n neus kon kijken zonder de slappe lach te krijgen.

Rare jongens, die Britten

maart10

Met mijn vriendin en collega ben ik een week in Engeland op bezoek bij een vriendin en collega die er sinds haar huwelijk woont. Bijkletsen, lachen en tochtjes maken deel uit van het programma. Natuurlijk hoort er ook een dagje Londen bij. Druk pratend lopen we door de stad. Ik loop op het moment een paar meter voor hen en wil vast een weg oversteken. Ik kijk goed naar links, rechts en weer naar links want ik ben keurig opgevoed en steek de weg over. Resultaat: Gillende mensen en luid getoeter laten mij verstijfd staan. Tussen mij en de dubbeldekker die met gierende remmen tot stilstand komt is nog maar net 1 cm ruimte. Rare jongens, die Britten: Rijden aan de verkeerde kant van de weg.

Egyptische nachten

maart10

Ik ben niet zo’n beste slaper en slaap maximaal 5 tot 6 uur. Carel heeft toch wat meer slaap nodig. Tijdens onze vakantie in Makadi Bay Egypte ga ik de eerste  avonden netjes op tijd naar bed met als gevolg dat ik al rond vijven ’s morgens op ons terras zit te smachten naar een kop koffie die niet vóór zevenen te krijgen is. Ik besluit wijselijk om pas  tussen 1 en 2 uur naar bed te gaan. Lekker op het terras lezen en SMS’en. De tweede nacht in mijn uppie wil ik net naar bed als er iemand naast me komt zitten. Denkend dat het Carel is kijk ik niet eens op van mijn boek. Ik schrik me wezenloos als ik een zware stem naast me hoor zeggen: ‘Welkom to Egypt, do you need anyone or anything’. Zijn aanbod is overduidelijk en ik voel boosheid opkomen. Giftig sis ik hem in onvervalst limburgs toe: ‘Asse neet maaks desse wèg keumst, stâmp ich dich wèg’. Waarschijnlijk verstaat hij het niet maar blijkbaar komt de boodschap over en de jongeman druipt af. Wat een creep.

 

Carel vindt het nu helemaal niets meer dat ik zo laat alleen op het terras zit. Zelf vind ik het niks om ’s morgens weer te wachten tot het resort ontwaakt. Ik ben immers ‘vrouws’ genoeg om mijn mannetje te staan en als het moet kan ik ook loeihard gillen. De volgende nachten gebeurt er niets. De laatste avond breekt aan. De woestijnwind voelt ijzig koud maar met een dik vest aan amuseer me prima. Glaasje wijn en knabbeltje erbij, heerlijk. Als ik opkijk, denk ik dat de wijn me parten speelt. Er komt een spiernaakte jongeman aangewandeld. Zonder blikken of blozen loopt hij me vriendelijk groetend voorbij. Ik ben te verbaasd om te antwoorden. Ik SMS het verhaal naar een vriend. Ik ben toch wel een beetje lacherig over het geval. Dan staat de man plots weer voor me, ditmaal bedekt hij  zijn jongeheer zedig  met zijn handen. Hij is de weg kwijt. Ik wijs hem welke richting hij uit moet. Ik heb het er knap warm van gekregen. De Egyptische nachten zijn veel levendiger dan die tot dusver in mijn achtertuintje. Hoewel, daar is eens iemand doodgeschoten. Nou ja, niet precies in mijn tuintje zelf maar wel pal erachter. Ik was niet thuis maar deed nét toen ervaring op met Turkse nachten maar dát is wéér een heel ander verhaal.

Dure Hamburger

maart7

Heerlijk eindelijk vakantie. Drie hele weken vrij. We gaan naar Tunesië. Last minute, echt voor een prikkie. Tot het laatste moment heb ik moeten werken en de dag voor we vertrekken kom ik uit de nachtdienst. De volgende dag op ons gemak inpakken want we hoeven pas om 20.00 uur op Schiphol te zijn om in te checken. Ons vliegtuig vertrekt om 22.00 uur. In die tijd moet je nog twee uur vóór vertrek aanwezig zijn. We gaan met de trein en zijn al vóór 19.00 uur op Schiphol. Ruim de tijd om wat te eten dus. We zijn al in vakantiestemming en gaan dus hamburgers eten. Vóór we naar de incheckbalie gaan, gaat mijn man nog even naar het toilet. Het is ondertussen 19.45 uur, we hebben vakantie en dus geen haast.

Ik haal ondertussen de tickets uit de tas om te zien waar we moeten zijn. Als ik kijk voel ik dat ik wit wegtrek. Mijn wederhelft is ondertussen weer terug en informeert bezorgd wat er gebeurd is. ‘Het vliegtuig is om 19.30 uur vertrokken’, vertel ik hem onthutst. Hij gelooft me niet en denkt dat ik een grapje maak. Als ik hem het ticket onder zijn neus hou, komt hij meteen in actie. ‘Rennen’, roept hij me toe. Als gekken rennen we naar de inmiddels lege incheckbalie. Vlug kijkt mijn man rond en spoort me aan om mee naar de balie van de reisorganisatie te rennen. Daar aangekomen is er een vriendelijke dame, die meteen de telefoon pakt en informeert of ons vliegtuig misschien vertraging heeft. Helaas, het is op tijd vertrokken. Er zit dus niets anders op dan maar weer naar huis te gaan. De tranen lopen over mijn wangen. Ik wil me ook niet door mijn man laten troosten. Ik ben boos! Boos op hem, omdat hij niet opgelet heeft. De tickets voor de terugreis zaten boven de tickets van de heenreis, daardoor had hij zich vergist. Ik ben vooral boos op mezelf, omdat ik thuis niet één keer de moeite heb genomen om op de tickets te kijken.

Op de terugreis moeten we overstappen op Duivendrecht. Een jongeman pikt mij moeiteloos tussen alle reizigers uit; het is wel duidelijk dat ik overstuur ben. ‘Ik help u met uw koffer mevrouw’ zegt hij, en voor ik het weet sleurt hij mij met mijn koffer de trein in. Omdat ik bang ben dat hij er met mijn koffer vandoor wil, grijp ik dit met twee handen vast. Daarbij moet ik dus mijn handtas loslaten die aan mijn schouder hangt en merk dat deze door een tweede jongeman wordt leeggehaald. Alles gaat vliegensvlug en hoewel ik om hulp roep, zijn beide jongemannen al de trein uit. Verbaasd kijken mijn man en de medepassagiers me aan. Zij hebben niet gemerkt wat er gebeurd is. Hevig overstuur vertel ik het. Alleen mijn portemonnee is weg, de pas zit nog veilig in een apart gesloten vakje.

Een medepassagier waarschuwt de conducteur en een beveiligingsbeambte. Die zijn niet verbaasd; het gebeurt hier geregeld. Zij nemen ons mee naar een lege eersteklascoupé en met hun mobile toestel kan ik mijn bankpas blokkeren. Gelukkig had ik maar weinig geld bij me. Thuisgekomen bellen we de politie en de volgende dag kunnen we komen om aangifte te doen. Weer thuis hebben we besloten om toch van de drie ons resterende weken te gaan genieten. We hebben weer een last minute vakantie geboekt, deze keer naar Kreta, want voor Tunesië was niets meer te krijgen. We hebben echt een heerlijke vakantie gehad. Nu nog na jaren, krijgen we vóór onze vakantie opmerkingen van familie, vrienden en collega’s. ‘Weet je zeker dat je dáár naar toe gaat? Heb je de tickets gecontroleerd? Het regent nog steeds leuke opmerkingen vóór we vertrekken ……

Een bijzondere ontmoeting

maart7

Als ik met het vliegtuig reis, verveel ik me nogal snel. Gedwongen stilzitten is niets voor mij. Ik maak vaker cryptogrammen of lees, maar als de reis lang duurt, gaat me dat ook vervelen. Ik ben dus blij met de mogelijkheden op mijn telefoon. Ook als de telefoon uitstaat kan ik WORD gebruiken. Ideaal dus om te schrijven, al gaat het niet zo handig als op de laptop.

Ik ben op een MS nurses congres in Boedapest geweest. Op de terugweg checken we met zijn drieën tegelijk in, zodat we naast elkaar komen te zitten. Dat lukt dus niet. Een van mijn collega’s komt apart te zitten. We zitten dus met zijn tweeën bij elkaar en de plaats aan het raam blijkt voor een vriendelijke heer van mijn leeftijd te zijn. Galant biedt hij zijn plaats aan het raam aan. Mijn collega maakt er dankbaar gebruik van. Ik zit in het midden.

Zodra na het opstijgen het teken riemen vast uitgaat, haal ik mijn telefoon te voorschijn. Ik heb al weer een verhaaltje in mijn hoofd en ik begin voor de vuist weg te typen. Het bijschaven doe ik later thuis wel. De man naast me vraagt geïnteresseerd of ik aan het werk ben. Nee hoor, ik schrijf gewoon voor de fun. Zomaar een verhaaltje. Vind ik het dan niet vervelend dat hij me stoort. Welnee, dat verhaaltje komt er wel.

Hij stelt zich netjes voor. Hij heet Johan. Al snel zijn we geanimeerd in gesprek. We praten zo gemakkelijk met elkaar dat we een en ander over elkaars leven vertellen. Hij is Roemeen en vluchtverkeersleider in Laşi, na Boekarest de grootste stad daar. Hij is op weg naar Florida, waar hij een opleiding gaat volgen met de nieuwste simulatie apparatuur. Hij is al vaak in Amerika geweest en spreekt perfect Engels.

We praten over onze gezinnen, onze hobby’s en hebben elkaar veel te vertellen. Het is gewoon een vreselijk leuk gesprek, zoals je maar zelden met een totale vreemde hebt. Voor we het in de gaten hebben wordt de landing ingezet. De tijd is omgevlogen. Hij maakt een tussenlanding in Amsterdam waar hij 2 uur de tijd heeft vóór hij moet overstappen. Als hij ziet dat ik mijn handbagage onder de stoel voor me wil pakken, neemt hij het galant van me over.

Oei, dat is toch veel te zwaar voor mij. Hij draagt het wel. Van mijn protest trekt hij zich niets aan. Hij loopt met me mee en onderweg praten we gewoon door. Verschillende van mijn collega’s lopen al te grinniken. Hij brengt me naar de bagageband en haalt daar ook nog mijn koffer vanaf.

Dan neemt hij heel charmant afscheid met een handkus en zegt dat dit zijn leukste ontmoeting in een vliegtuig ooit was. Dat vind ik ook. Ik bloos tot aan mijn tenen. Ik hoor een van de collega’s roepen: ‘Neem hem mee naar huis, Ttje!’ Ondanks mijn verlegenheid antwoord ik gevat: ‘Ja hoor, dan zeg ik tegen Carel, kijk eens wat ik gevonden heb onderweg.’ Iedereen ligt in een deuk en ik wordt weer flink geplaagd.

Zuchtend kijk ik nog een keer om. Johan ook en we zwaaien. Dáár had ik nou wel een beschuitje mee willen eten, meer niet hoor. Een leuke ontmoeting met een totale vreemde. Gewoon leuk en daar blijft het ook bij. We kennen alleen elkaars voornaam. Dag Johan, het ga je goed!